Voetballers spelen thuis beter - of toch niet?
/1 reactie
Een statistisch onderzoek uit 2003 spreekt die laatste bewering echter gedeeltelijk tegen. Volgens een statisticus van de California Polytechnic State University (San Luis Obispo, VS), Richard Pollard, heeft een verhuizing naar een nieuw thuisstadion wel degelijk een negatief effect op de prestaties van de spelers.
Voor het onderzoek vergeleek hij resultaten van de honkbal-, basketbal- en ijshockeycompetities van de jaren 1987 tot en met 2000 met gegevens over de huisvesting van de clubs. Hij ontdekte daarbij dat een verhuizing naar een nieuw stadion gemiddeld zo’n 24 procent daling van het thuisvoordeel betekende. Pollard gaat er vanuit dat het resultaat van het onderzoek ook door te trekken is naar andere sporten zoals voetbal, hockey en American football.
Hij ontdekte daarbij dat een verhuizing naar een nieuw stadion gemiddeld zo’n 24 procent daling van het thuisvoordeel betekende
Het effect is volgens de statisticus te wijten aan het feit dat de spelers nog geen verbondenheid hebben met het nieuwe stadion en moeten wennen aan een nieuw veld en dus een andere omgeving. Dit effect zou echter maar tijdelijk zijn, omdat na een serie wedstrijden de resultaten weer aan zouden trekken. De redactie van New Scientist trekt dan ook een parallel met het onderzoek van de Northumbria University: volgens hen leidt het gebrek aan verbondenheid met het nieuwe stadion tot een daling in de verdedigingsdrang en daalt daardoor ook weer het testosterongehalte.
12.000 wedstrijden
Ondanks de resultaten van deze en nog veel meer andere onderzoeken op het gebied van het thuisvoordeel, durven twee Duitse wetenschappers nu te beweren dat dit voordeel helemaal niet bestaat of geen rol van betekenis speelt. Andreas Heuer en Oliver Rubner (Universität Münster, Duitsland) doen deze bewering na het bestuderen van de uitslagen van meer dan 12.000 voetbalwedstrijden uit de Bundesliga, gespeeld tussen 1965 en 2007.
Het enige verschil met de andere statische onderzoeken was dat zij niet keken naar winst of verlies, maar naar het doelsaldo per wedstrijd. Volgens Heuer en Rubner geeft dit namelijk een betrouwbaarder beeld van resultaten dan alleen het gegeven of er gewonnen dan wel verloren werd. Zo ontdekten zij dat de thuisploegen gemiddeld 0,7 doelpunten per wedstrijd meer scoren, maar dat geen enkele thuisploeg significant beter was dan zijn tegenstanders.
“Would you attribute that to the psychological effects of the person tossing the coin?”
Dat het thuisvoordeel toch een algemeen aangenomen verschijnsel is, komt volgens Rubner dat men alleen maar kijkt naar een bepaald aantal wedstrijden, waaruit vervolgens opgemaakt wordt dat er inderdaad sprake is van het thuisvoordeel. Rek je het aantal wedstrijden echter aanzienlijk op, dan verdwijnt elk extra thuisvoordeel en zijn de ploegen dus ‘gelijk’ aan elkaar. Men zou het volgens hem dan ook kunnen vergelijken met het opgooien van een muntje: ook daarbij moet je je als gooier niet laten beïnvloeden dat het vaker kop zou zijn dan munt.














Reageren via Facebook