Virtueel verlossen redt levens /reageer

Virtueel verlossen redt levens

Tijdens een groepstraining voor verloskundig personeel overlijdt de moeder drie keer om ten slotte succesvol te bevallen. Bij de ingewikkelde tangverlossing kijkt de gynaecoloog op zeker moment dwars door de buikwand van de kraamvrouw heen. Nee, dit is geen scène uit een horrorroman. Het zijn taferelen die horen bij het werken met ‘full body bevallingssimulators’: levensechte ‘zwangere’ poppen waarmee specialisten en artsen in opleiding hun verloskundige vaardigheden kunnen trainen.

Bij de simulatie draagt de arts een speciale bril, waarmee hij kan zien wat zich binnenin de moederpop afspeelt. Wanneer hij, bijvoorbeeld, te hard knijpt met de verlostang, of de babypop onder een verkeerde hoek naar zich toe probeert te trekken, ondervindt hij meer weerstand dan bij de juiste aanpak. Doet hij er te lang over, dan houdt de arts na afloop een blauw aangelopen, slap hoopje nepmens in zijn handen. Ook de moederpop reageert met haar ademhaling, haar hartslag, haar stem en haar bewegingen op alles wat er gebeurt.

Training in complexe bevallingen

De technologie achter de bevallingssimulator wordt ontwikkeld door het Máxima Medisch Centrum (MMC) in Veldhoven. Het ziekenhuis heeft hiervoor samenwerking gezocht met de TU Eindhoven en het European Design Centre. Op langere termijn kan de technologie zelfs worden gebruikt voor echte bevallingen. De bevallingssimulator is in eerste instantie bedoeld om artsen en verloskundigen regelmatig te trainen in complexe bevallingen. “Het concept van ‘Life long learning’ is bij medische specialisten nog erg onderbelicht”, vertelt Guid Oei, gynaecoloog bij het MMC en part-time hoogleraar bij de Technische Universiteit Eindhoven. “Eigenlijk hebben specialisten jaarlijks een vaardigheidstraining nodig, vooral in het behandelen van complexe bevallingen. Tijdens hun opleiding komen ze dergelijke bevallingen wel tegen, maar in de medische praktijk is zo’n situatie zeer uitzonderlijk.”

“Ongeveer tien op de duizend baby’s overlijden bij de bevalling. Dat zijn zo’n tweeduizend kinderen per jaar.”

Een regelmatige training in uitzonderlijke bevallingen kan volgens de hoogleraar vele babylevens redden. “Ongeveer tien op de duizend baby’s overlijden bij de bevalling. Dat zijn zo’n tweeduizend kinderen per jaar. Bij ongeveer veertig procent van de gevallen kun je je afvragen of de bevalling niet beter was afgelopen als er anders was gehandeld. En dan heb je het alleen over de gevallen waarbij het kind overlijdt. De groep die het wel overleeft en schade ondervindt, is vele malen groter.”

Sterker leermoment

Slechts een handvol Nederlandse ziekenhuizen gebruikt voor de training van het personeel een bevallingssimulator. Dat wil zeggen: een soort zeemlederen ‘moeder’ of alleen een plastic bekken met een lappenpop erin. “Wij ontwikkelen een pop die reageert met haar bloeddruk, die knippert met de ogen en ademt, net alsof ze leeft”, vertelt Oei. “Als het team het goed heeft gedaan, komt er een mooie roze baby uit. Zo niet, dan ligt er na afloop een bleek, slap kindje in de wieg. Zo bereik je een veel sterker leermoment.”

Studenten en ingenieurs van de TU Eindhoven spelen vooral een rol bij de ontwikkeling van de mechatronica voor de simulator. Het European Design Centre (ECC) zorgt voor het ‘augmented reality’-gedeelte. Deze term staat voor de integratie van virtuele beelden in een werkelijke omgeving. In de bril van de arts zit een camera die de werkelijkheid registreert, terwijl een computerprogramma deze beelden tegelijkertijd vermengt met andere, door software aangeleverde beelden. Daardoor is het mogelijk dat de arts niet alleen de buitenkant van de moederpop ziet, maar ook wat zich binnenin haar buik afspeelt.