Nieuws/ Waarom dochters beter kunnen presteren dan hun vaders (en andersom) /reageer

door: Marjon Vinck
over: biologie, genetica
op: 27 juni 2007

Wat goed is voor de een, hoeft niet goed te zijn voor de ander. Onderzoekers van de University of Edinburgh (VK) ontdekten tijdens een onderzoek onder damherten dat de sterke genen van de man, juist tot zwakke genen bij zijn dochters blijkt te leiden. De onderzoekers denken dat ze deze parallel ook door kunnen trekken naar andere diersoorten, waaronder de mens, zo schrijft New Scientist.

De onderzoekers baseren dit resultaat op een 40-jarige studie naar damherten van het Isle of Rhum aan de Schotse westkust. De studie wees uit dat de dochters van ’succesvolle’ herten verhoudingsgewijs minder succes hadden tijdens de paring en ook gemiddeld minder kalveren kregen. Andersom gold dit ook: de mannelijke nakomelingen van succesvolle hindes bleken ook minder kalveren te krijgen dan hun moeder.

Volgens de onderzoekers zou deze ‘wanverhouding’ kunnen helpen verklaren waarom sommige zwakkere genetische trekken onder dieren toch niet uitsterven. Een van de oorzaken hiervan kan zijn dat een hinde biologisch gezien andere prioriteiten heeft dan een hert. De nuttige genen van de een, hebben dan ook automatisch niet dezelfde uitwerking bij de ander.

De onderzoekers achten het dan ook waarschijnlijk dat dit verschijnsel zich ook afspeelt bij andere dieren waarbij onder andere het fysiek tussen man en vrouw verschilt. Het is dan ook niet onwaarschijnlijk dat dit dan ook bij de mens zo is en zo ook bij ons de ‘zwakke genen’ blijven bestaan.

Reageren via Facebook

Reacties