Wetenschap in de ban van geheimzinnige bijenverdwijnziekte /4 reacties

Wetenschap in de ban van geheimzinnige bijenverdwijnziekte
  • door: Eveline Thoenes
    over: biologie, milieu, voedsel, beleid
    op: 15 juni 2009
  • Dankzij de strenge winter dit voorjaar minder verdwijnziekte verwacht, maar evenveel sterfte.

  • Wageningse onderzoekers proberen de oorzaken van een vreemde bijenziekte te achterhalen.

Het gaat slecht met de honingbij. Zowel in Europa als in Amerika zien imkers in toenemende mate hun bijenvolken ten prooi vallen aan de ‘verdwijnziekte’. Het symptoom, een lege kast zonder bijen, stelt wetenschappers voor een raadsel. Wageningse onderzoekers proberen de oorzaken te achterhalen en hebben in opdracht van het ministerie een voorlopige analyse met aanbevelingen geschreven.

In de Verenigde Staten werd twee jaar geleden groot alarm geslagen: een derde van de bijenvolken bleek na de winter van 2006-2007 te zijn gestorven of zelfs helemaal verdwenen. In de media werd uitgebreid aandacht besteed aan de gevolgen die het zou hebben voor de voedselproductie als bijen niet langer voor bestuiving van gewassen zouden zorgen.

Spookbeeld

In Nederland en Europa deed de ‘verdwijnziekte’ zich minder acuut voor. Vanaf 2000 begon het hier al geleidelijk slechter te gaan met de bijen. Voor die achteruitgang blijkt een heel palet aan oorzaken verantwoordelijk. “De verdwijnziekte bestaat eigenlijk niet,” zegt Willem Boot, gastmedewerker bij het Laboratorium voor Entomologie aan de WUR. Hij zit al twintig jaar ‘in de bijen’: eerst alleen als onderzoeker, maar twaalf jaar terug begon hij met collega Johan Calis een commercieel imkerbedrijf met zeshonderd volken, die ze aan tuinders verhuren voor bestuiving. Boot legt uit: “Als bijen doodgaan, verdwijnen ze altijd. Ze hebben hygiënisch gedrag, dus zodra er bijen sterven binnen de kast, worden die door anderen eruit gegooid. En dat doen ze niet pal naast de deur. Ze brengen ze vaak een heel eind weg, om een eventuele besmettingsbron te verwijderen.” Zijn zakenpartner Johan Calis zegt: “Alleen al door die naam, ‘verdwijnziekte’, krijg je een soort spookbeeld dat er hele gekke dingen aan de hand zijn.

Zodra er bijen sterven binnen de kast, worden die door anderen eruit gegooid

Maar het is in feite een normaal verschijnsel bij elke infectie die een volk verzwakt, of dat nou een virus is of een bacterie of de beruchte varroamijt.” Volgens het duo is het grootste verschil met een paar jaar geleden dat er meer bedreigingen tegelijk op de loer liggen, waardoor de bijenhouderij complexer is geworden. “Het gaat niet meer allemaal vanzelf goed, en daar moeten imkers op in gaan spelen.”

Resistente mijten

Het begon allemaal met de onbedoelde introductie van de varroamijt vanuit Azië begin jaren tachtig, een spinachtige ‘bloed’-zuiger van 1 à 2 millimeter groot. Destijds was infectie met varroa op zichzelf nog niet direct dodelijk en bovendien waren er goede bestrijdingsmiddelen. “Je hing gewoon een stripje in de kast, hupsakee, geen probleem,” aldus Calis. Maar sinds een jaar of vijf zijn de mijten resistent tegen alle beschikbare chemische middelen. En daar komt nog iets bij: mijten dragen tegenwoordig een hele verzameling aan secundaire bacterie- en virusinfecties met zich mee die ze in de loop van de jaren hebben opgelopen.
“Doordat momenteel elke bijenkast in Nederland wel varroamijten bevat en die mijten de laatste jaren steeds vaker besmet zijn met ziekteverwekkers, is er dus bijna altijd sprake van een gecombineerde infectie,” legt Tjeerd Blacquière uit. “En dat verzwakt zo’n volk enorm.”

Blacquière is bijenonderzoeker bij Plant Research International. In opdracht van het ministerie van LNV bracht hij de problemen van bijen en andere bestuivers in Nederland in kaart, op basis waarvan het ministerie een notitie voor beleid heeft geschreven. Die is onlangs aan de Tweede Kamer aangeboden.