Wetenschap in de ban van geheimzinnige bijenverdwijnziekte /4 reacties

Te weinig bloemen

De toegenomen bijensterfte is een complexe zaak. De varroamijt is niet de enige schuldige. Wetenschappers zijn het erover eens dat het een probleem met meer oorzaken is. Omgeven door posters en foto’s van bijen en hun belagers op muren en kasten van zijn werkkamer, vertelt Blacquière: “Bestuivers in het algemeen gaan achteruit. Dat komt vooral doordat er te weinig bloemen zijn. Bijen moeten het hele jaar door nectar en stuifmeel kunnen verzamelen. Door de toename van de menselijke bevolking, de intensivering van de landbouw en de achteruitgang van de natuur kan dat vaak niet meer, of zijn ze aangewezen op een eenzijdig dieet van één soort stuifmeel. Terwijl de eiwitten die ze met het stuifmeel binnenkrijgen, de vitaliteit van het volk bepalen.” Wat hem betreft is een ander beheer van de openbare ruimte nodig, met meer plaats voor onkruiden en bloemen in het landschap.

Hobbyisten

Periodieke ondervoeding in combinatie met een mijt die gaatjes prikt in de bijen en zo andere ziekteverwekkers vrij spel geeft: dat wordt dus gewoon soms wat te veel de laatste tijd. “Wat daarnaast nog een rol speelt, is het feit dat de imkers in Nederland voor het overgrote deel hobbyisten zijn, een groep die bovendien sterk vergrijst,” aldus Blacquière. “Dat brengt met zich mee dat ze meestal niet erg vernieuwend zijn ingesteld en vast blijven houden aan oude methoden, terwijl die vaak niet meer adequaat blijken.”

Bestuivers in het algemeen gaan achteruit. Dat komt vooral doordat er te weinig bloemen zijn

Veel verkeerde beslissingen van imkers komen ook voort uit kostenbesparingen. En geef ze eens ongelijk: een gemiddelde hobbyimker met vijf volken geeft per jaar al gauw 480 euro uit aan kunstraat, werkmateriaal en ziektebestrijding, terwijl de honing hoogstens vijftig euro per volk opbrengt. Blacquière: “Er is een enorme discrepantie tussen de grote economische waarde van bestuiving voor landbouw en natuur enerzijds en de geringe omzet, kracht en investeringen in de bijensector anderzijds.” De waarde van bestuiving van Nederlandse cultuurgewassen, vooral fruit en glasgroente, en in de zaadvermeerdering is maar liefst een miljard euro op jaarbasis.

Een aantal imkers verhuurt hun volken aan tuinders voor veertig à vijftig euro per volk: ze zetten dan voor een week of vijf de kasten neer bij het bloeiende gewas. Maar jaarlijks gaat hierin slechts zo’n tien miljoen euro om, een fractie van wat het de tuinders oplevert. In het opgestelde rapport is de conclusie treffend verwoord: “Sectoren die de vruchten plukken van de bestuiving hebben de verantwoordelijkheid en het belang de bijenhouderij te ondersteunen.”