Wie creatief is, haalt meer uit een octrooi
/3 reacties
5 | Octrooien om te kwartetten
Een vergelijkbare aanpak is het verzamelen van octrooien waarvan het achterliggende product selectief in productie wordt genomen. De reden voor een bedrijf om dat te doen is dat zo het ondernemingsrisico gespreid kan worden, of om een betere onderhandelingspositie te hebben bij overnames of samenwerkingen. Eén octrooi kan wel eens te weinig zekerheid bieden.
Een nadeel van deze strategie is dat relatief veel kapitaal nodig is om patenten vast te leggen waar vervolgens niet direct iets mee wordt gedaan.
Investeerders zijn wel gecharmeerd van deze aanpak. Volgens octrooideskundige Veen neemt het vertrouwen van een investeerder fors toe als een startende onderneming een octrooi voor het nieuwe product kan laten zien. “Voor vele investeerders is het zelfs een eis,” zegt ze. “Wij krijgen mensen bij het Octrooicentrum die een aanvraag doen omdat investeerders zonder het octrooi niet met ze in zee wilden gaan. Een octrooi biedt toch extra zekerheid op een plekje in de markt.”
6 | Octrooien als lokkertje

Dat investeerders extra vertrouwen hebben in een startende onderneming die een octrooi bezit op het product dat het wil gaan maken, ligt voor de hand. Aan de andere kant, een octrooi is geen garantie dat een product goed gaat verkopen. Bovendien zijn er ontwerpen genoeg die niet meer octrooieerbaar zijn, maar waarvoor wel een interessante markt bestaat. Ook al is die markt vol concurrentie. “In de biotechnologie en de farmacie is het patent eerder regel dan uitzondering,” vertelt Van Harte. “Maar er zijn gebieden zat waar een patent niet altijd de moeite waard is. Neem de wereld van de gadgets, de technische grapjes, daar zitten unieke vindingen tussen maar de omloopsnelheid in die vluchtige markt is zo hoog, een patent is daar al gauw een te tijdrovende investering.”
Kost dat?
Een octrooiaanvraag kost 90 euro, een nationaal nieuwheidonderzoek 340 euro, internationaal is het 794 euro. Een totale octrooiaanvraag kost tussen de 2000 en 5000 euro. Dat is afhankelijk van hoeveel werk iemand er zelf in steekt. Daarbij komen de jaarlijkse kosten die gaan lopen vanaf het vijfde jaar na de toekenning. De kosten daarvoor zijn 200 euro per jaar.
Om de positie van innovatieve bedrijven te versterken sloot het ministerie van Economische Zaken vorige jaar een convenant met het midden- en kleinbedrijf. Hierin is afgesproken de drempelkosten voor een aanvraag omlaag te brengen. Verder werd de mogelijkheid gecreëerd om aanvragen in het Engels te doen, met alleen de verplichting om de conclusies vertaald naar het Nederlands aan te leveren. Dit scheelt jonge bedrijven vertaalkosten. Spin-offbedrijven van universiteiten bijvoorbeeld doen vaak hun research in internationale samenwerking. De voertaal en de productie is dan ook in het Engels. Bovendien kan hetzelfde Engelse basisdocument worden gebruikt als bijvoorbeeld een Europese aanvraag wordt gedaan.
Een ander onderdeel van het convenant bepleit meer voorlichting aan het MKB en universiteiten.
Octrooi, doen of niet?
Een octrooi kan werken. Maar de realiteit is dat een houder zich goed moet afvragen of de bescherming die het biedt opweegt tegen de kosten en het gedoe om een patent aan te vragen en te laten werken. Voor een klein bedrijf, een spin-off bijvoorbeeld, zou die balans wel eens negatief kunnen uitvallen. Vooral een startende onderneming in de hightech loopt niet veel risico dat iemand anders zomaar zijn product kan namaken, de knowhow is vaak zo specifiek aan een persoon gebonden dat die niet zomaar is na te maken. Bovendien is het risico reëel dat door het openbare bestand van de octrooibureaus het idee, inclusief ontwerp, op straat ligt.
Voor grote bedrijven zal het antwoord op de vraag positief uitvallen. Met een flinke juridische afdeling is het gevecht om de productierechten wel lucratief.
Hoewel ook daar uitzonderingen op zijn. Neem het recente voorbeeld van de koffiepads van Douwe Egberts, de gedeelde uitvinder en producent van de koffiemachine-hit van de eeuw, de Senseo. Eind augustus vorig jaar verliest DE het gevecht om het octrooi dat het had op de koffiepad. Ook andere fabrikanten als Kanis en Gunnink, Friesche Vlag en Max Havelaar mochten koffiepads gaan maken voor het Senseo koffiezetapparaat van Douwe Egberts en Philips. Het Europees octrooibureau trok na vragen van de Hoge Raad het patent van Douwe Egberts op de koffiezakjes in. De reden: koffiepad producent Vomar, die de zakjes verkoopt onder het eigen merk O’Lacy, zou geen inbreuk maken op het octrooi van DE. Voor Douwe Egberts verandert er niet veel, al vele producenten maakten de pads na zonder licentie. De Hoge Raad heeft nu beslist dat dit legaal is.













Reacties