Wie dit artikel niet uitleest mag internet de schuld geven /10 reacties

Wie dit artikel niet uitleest mag internet de schuld geven

Mocht je de laatste zin van dit artikel niet halen, of bijvoorbeeld tijdens het lezen af en toe je mail checken en Twitter- en Facebook-updates bijhouden, dan heeft Nicholas Carr er weer een extra argument bij om zijn betoog te onderbouwen. Carr schreef het boek ‘The Shallows. What the Internet Is Doing to Our Brains’, waarin hij zich afvraagt of technologie onze manier van denken kan veranderen. Het boek borduurt verder op zijn artikel ‘Is Google making us stupid?‘, dat hij schreef voor The Atlantic. Of het verstandig is om naar dat bewuste artikel te linken, dat is trouwens nog maar de vraag. Ook hyperlinks zorgen ervoor dat de lezer aandacht verliest.

Tijdens een lezing op 2 maart in Amsterdam, georganiseerd door het John Adams Institute, vertelde Carr dat onze relatie met het internet begint te veranderen. “Eerst beheersten wij de technologie, wij waren meesters over het internet. Tegenwoordig zit het web helemaal door ons leven verweven, langzaam maar zeker wordt het internet juist meester over ons.”

Nieuwe manieren van denken

Carr verdeelt technologie in vier categorieën. Technologie die onze fysieke kracht vergroot, zoals een ploeg. Technologie die ons bereik en de gevoeligheid van onze zintuigen versterken, zoals een microscoop. Technologie die ons in staat stelt de natuur anders in te richten, zoals een stuwmeer. En intellectuele technologie, die onze geestelijke vermogens uitbreiden of ondersteunen. Zoals het internet.

De laatste categorie heeft volgens Carr een groot effect op onze manier van denken. In zijn boek onderbouwt hij deze stelling met twee voorbeelden: de landkaart en de klok. Toen er nog geen landkaart was, konden we alleen de wereld om ons heen zien en horen, met de komst van de landkaart kregen we opeens een andere kijk op het begrip ruimte. Voor de opkomst van de klok hadden we ons leefritme aangepast aan het moment waarop de zon opkwam en weer onderging. Tegenwoordig timen we zelfs onze middagpauze. Carr: “Elke intellectuele technologie benadrukt een nieuwe manier van denken en vervangt een oude manier van denken. We passen ons erop aan.”

Voor de lezers die even hun mail willen checken: hierna komt een stukje waarin wordt verteld dat ons brein wel degelijk kan veranderen, dus kom vooral terug. Klaar? Ok, daar gaan we weer:

Tot voor kort werd gedacht dat ons brein na de puberteit niet meer verandert. Eind negentiende eeuw vermoedde Friedrich Nietzsche al dat het anders lag, maar voor de meeste mensen bestond het beeld dat onze hersens een machine waren. Dat verandert vanaf eind jaren zestig, als steeds meer onderzoek uitwijst dat het brein zich wel degelijk aanpast. Recentelijk nog suggereerde resultaten uit MIT-onderzoek dat de visuele cortex van functie kan veranderen. (Externe link alert!). Dat ons brein in staat is te veranderen, zorgt ervoor dat we ons als mensen goed kunnen aanpassen, maar dat kan volgens Carr ook negatieve gevolgen hebben: “Het kan ook juist zorgen voor intellectuele achteruitgang.”

En dat is precies wat op dit moment gebeurt met onze hersenen, onder invloed van het internet, zo betoogt Carr. “Het web staat voor connectiviteit, een veelheid aan informatiestromen, snelheid en interactiviteit. Het is een omgeving die rijk is aan afleiding. Je wordt beloond om constant je focus te verleggen en nieuwe informatiebronnen te zoeken, in plaats van je aandacht op een bepaald punt te intensiveren.” Ter illustratie laat de schrijver een foto van De Denker zien, het beeld van kunstenaar Auguste Rodin. Carr: “Voor deze persoon is geen plek op het internet.”

nancy

Nancy McKinstry, ceo van Wolters Kluwer (“ik sms niet, ik tweet niet”):

“Het gedrag van onze klant verandert: vroeger lazen ze uitgebreid wetenschappelijke verslagen, nu komt het voor dat ze de laatste onderzoeken in vijftien minuten scannen. Tien jaar geleden werd gedacht dat we in 2011 geen boeken meer zouden lezen, maar je ziet dat er een mix is ontstaan. Men zoekt op verschillende manieren naar informatie: op basis van wat men al weet, verdieping dus, en op basis van wat men nog niet weet. De juiste content op de juiste manier aanbieden wordt waardevol. Dat is een goede ontwikkeling voor Wolters Kluwer.” (Zoals verteld tijdens de paneldiscussie die volgde op de lezing)

Oude definitie van kennis

Ook maakt hij een vergelijking met het (papieren) boek. “Dat biedt slechts tekst en verder geen enkele vorm van afleiding. Tegenwoordig lijkt dat saai, maar het traint ons om aandachtige denkers te worden. Het internet schermt ons niet af van afleiding, het stimuleert het juist. Een beetje scannen is niet erg, maar we verliezen de balans uit het oog.” Dat is deels onze eigen keuze, maar deels wordt het ook opgelegd door de maatschappij, beweert Carr: “Als je baas verwacht dat je altijd verbonden bent, en je sociale druk krijgt vanuit vrienden en familie, dan ontkom je er niet aan.”

De gevolgen zijn gigantisch: de productiviteit van werknemers gaat achteruit, want ze zijn steeds afgeleid. Echt diepe vormen van creativiteit verdwijnen, want er is geen tijd of aandacht om af te wijken van de gebaande paden. Persoonlijke kennis wordt minder, want we googelen alles. (“Google is economisch afhankelijk van zoveel mogelijk afleiding bij consument”, aldus Carr.) Eenzame momenten van zelfreflectie verdwijnen, want daar is geen ruimte voor. En uiteindelijk, zal onze culturele bagage daardoor afnemen. Carr: “De neiging tot afleiding zoeken was er altijd al bij de mens, maar onder invloed van het internet slaan we door.” Een aanwezige vroeg zich af of Carr niet gewoon vasthoudt aan een oude definitie van kennis. Het antwoord van Carr? “Ja.”

Zo, het einde van het artikel gehaald? Zonder afleiding, of toch stiekem je mailbox of twitterfeed bekeken? Reageer hieronder om te bewijzen dat je, ondanks alle impulsen van het internet, wel degelijk ergens je aandacht bij kan houden.

Het boek van Nicholas Carr is in Nederland uitgebracht onder de titel ‘Het ondiepe: hoe onze hersenen omgaan met het internet‘.

Reageren via Facebook

Over Rob van Leeuwen

Rob van Leeuwen is verslaggever van Management Team en coördinator van Sync.nl. Daarnaast is hij betrokken bij het online muziekmagazine KindaMuzik. Volg hem ook op Twitter.



SYNC is het innovatieblog van
← Terug naar MT