De strijd der draadloos-standaarden /1 reactie

De strijd der draadloos-standaarden

Het gevecht om de klant die onderweg online wil, is losgebarsten. De spelers op de markt zijn de telefoonbedrijven, de netwerkbedrijven en de producenten van de apparaten die online kunnen. De strijd gaat erom welke techniek – of combinatie van technieken – de draadloosheidswens vervult.

De wens om overal draadloos online te zijn groeit. Bijna de helft van de zakenmensen maakt al gebruik van een hotspot, blijkt uit online onderzoek onder 579 business professionals van In-Stat. Een hotspot is een plaats waar tegen betaling draadloze internettoegang te krijgen is. Een kwart van de gebruikers logt zelfs één of meerdere keren per week in. Volgens In-Stat stijgt niet alleen het aantal gebruikers, maar ook de frequentie waarmee gebruikers inloggen.

In Nederland zijn 1.700 publieke hotspot locaties waar al dan niet tegen betaling, draadloos toegang tot internet met pda of notebook mogelijk is. Dat blijkt uit een overzicht van Jiwire, een bedrijf dat computersoftware heeft waarmee gebruikers op hotspots worden gewezen. Wereldwijd zijn er ruim 100.000 hotspots in 115 landen. Amerika telt het grootste aantal: 37.000. Nederland komt met zijn 1.700 hotspots op de achtste plaats wereldwijd.

De hotspots zijn een drijvende kracht achter de populariteit van internet everywhere, dus niet alleen thuis en op kantoor. De maker van de weblog hotspot.nl is ervan overtuigd dat WiFi - de technologie achter hotspots en draadloze netwerken - dit jaar echt doorbreekt. “De aarzeling wordt vervangen door acceptatie. Bellen via een internetverbinding neemt een grote vlucht en mobiele telefoons worden standaard uitgerust met een WiFi-antenne”, stelt Peter Kentie, WiFi-kenner en auteur van Hotspot.nl.

Besparing

De marktpartijen die de WiFi-verbindingen promoten en verkopen zien ook voor bedrijven de nodige voordelen. Appear Networks bijvoorbeeld leverde voor de Nederlandse Spoorwegen op vijftig stations een draadloos netwerk, via het netwerk van Cisco Systems. Zo zijn 10.000 apparaten op het bedrijfsnetwerk aangesloten via een draadloze internetverbinding. NS-onderhoudspersoneel kan daarmee op de plaats van het werk de meest recente onderhoudsstatus downloaden. Het veiligheidspersoneel stuurt met de draadloze verbinding stille waarschuwingssignalen uit en bestuurt veiligheidscamera’s op afstand. En stationspersoneel kan op de stations de meest recente vertrektijden en gegevens over vertragingen ophalen van een centrale computer. Volgens Appear Networks levert dat de NS een besparing op van 25 minuten arbeidstijd per werknemer per dag. Niet slecht voor een kostenreductie. Blijft één probleem overeind. Op de vijftig individuele stations is dan wel een draadloze internetverbinding, maar tússen die stations is geen verbinding mogelijk. Wie een hotspot aanlegt en landelijke dekking wil, moet er op iedere honderd meter een station voor plaatsen.

Oude bekende

Dit is een belangrijke reden dat de strijd der standaarden woedt: de huidige marktpartijen bieden de klant die draadloos online wil, zijn geen compleet pakket. De connecties via WiFi of hotspots hebben geen landelijke dekking. De verbinding via de telecommunicatienetwerken hebben wel landelijke dekking, maar bieden geen snelle verbinding en ze zijn duur. De telecommunicatiebedrijven als KPN, Vodafone, Orange en T-Mobile bieden datakaarten aan waarmee gebruikers kunnen internetten. De technologie erachter – UMTS – is een oude bekende. De telco’s kochten begin deze eeuw voor miljarden euro’s aan UMTS-licenties. Dat maakt de UMTS-abonnementen relatief duur. Voor ongeveer zestig euro per maand mag een klant via UMTS maximaal 10 Mb aan bestanden downloaden (honderd mailtjes, vijf grote foto’s). Voor een tientje meer kunt u bij een hotspot voor dertig dagen online zonder beperkingen. “UMTS mist in Nederland een gezonde financiële basis”, stellen managementconsultants van McKinsey in een onderzoek in opdracht van de Europese Commissie: “Telecombedrijven zullen de hoge rekeningen die ze voor UMTS betalen, nooit terugverdienen. Er zijn teveel concurrenten in een te beperkt gebied actief.”

Arend van der Feltz, directeur Strategie en Businessplanning bij Vodafone, erkent dat zijn bedrijf niet de laagste prijs vraagt. “Maar wij vinden een goede verhouding tussen prijs en gebruiksgemak belangrijker.” Dat gebruiksgemak zit in de landelijke dekking en de stabiliteit, maar nog niet in de snelheid. UMTS is lang niet zo snel als WiFi. Met UMTS is een foto van 400 Kb in acht seconden gedownload. Een beetje WiFi verbinding doet dat in 0,2 seconden. Voor één fotootje is dat misschien niet zo’n groot verschil. Maar wie zijn internetverbinding echt wil gebruiken onderweg om er onderhoudsplannen of powerpointpresentaties mee van het bedrijfsnetwerk te downloaden, vindt die snelheid wel degelijk doorslaggevend.

Snelheid

Gelukkig voor de telecommunicatiebedrijven is er iets gevonden op dat snelheidsprobleem: de technologie hsdpa (high speed downlink packet access). Deze techniek versnelt de ‘gewone’ UMTS verbinding tot een verbinding die vergelijkbaar is met adsl. Ieder telecommunicatiebedrijf gokt op deze nieuwe technologie. Het is alleen wachten op de apparaten die geschikt zijn voor hsdpa.

Op de 3GSM Wireless beurs in Barcelona, waar half februari iedere speler in de strijd der standaarden vertegenwoordigd was, werden wel door veel telefoonfabrikanten toestellen aangeboden die voor hsdpa geschikt zijn. Maar ook WiFi was sterk vertegenwoordigd. In bijna alle mobiele telefoons, laptops en PDA’s wordt WiFi ingebouwd. Met zo’n antenne is het inloggen op een hotspot of op een draadloos netwerk op het bedrijf mogelijk. De inbouw van die technologie in zoveel apparaten maakt een echte doorbraak voor WiFi netwerken, of hotspots, tot een mogelijkheid.

Marcel Thaens, management consultant en partner bij IT-dienstverlener Ordina en bijzonder hoogleraar ICT en strategisch innoveren publieke sector: “WiFi’s opvolger WiMAX is een nog betere optie voor de doorbraak, maar die laat nog wel eventjes op zich wachten.’ WiMAX is de technologie die ervoor moet zorgen dat een hotspot in plaats van honderd meter bereik, enkele tientallen kilometers bereik heeft. Met een WiMAX verbinding is er dus voor een groter gebied een draadloze internetverbinding beschikbaar.

Samen

Een relativering van al dat vechten om de juiste en beste technologie komt van futuroloog Marcel Bullinga “Eigenlijk moet het helemaal niets uitmaken hoe je online komt. De technologie waarvoor de gebruiker zich niet fysiek hoeft te verplaatsen voor informatie, betaling of verbinding biedt de meeste kans van slagen.” Lees: waar de gebruiker is, daar moet ook de bron van de verbinding zijn. “En die verbinding is dus draadloos. Of die nou UMTS, hsdpa, WiMAX of WiFi heet … dat doet er voor de gebruiker volstrekt niet toe”, zegt Bullinga.

En dat blijkt ook wel uit de ontwikkelingen bij de derde marktpartij die de strijd der standaarden voert: de hardwareproducenten. De bedrijven die laptops, PDA’s en mobiele telefoons op de markt brengen, moeten maar gokken welke technologie gaat winnen. De oplossing ligt voor de hand: ze bouwen meerdere technologieën in.

Terminologie

De oude vertrouwde GSM (eerste generatie), waar we allemaal mee begonnen zijn en de opgevolgd door de snellere zusjes GPRS (tweede generatie) en UMTS mogen nu wel enigszins bekend worden geacht. Deze derde generatie van 3G netwerken worden uitgebreid met de turboversie van UMTS: HSDPA. Eindelijk een telecommunicatieverbinding die net zo snel is als een gewone adsl-verbinding (zo’n 2 mbps). Hsdpa zal naar verwachting halverwege dit jaar de lucht in gaan.

Dan heb je voor de draadloze lokale netwerken Wireless LAN (of WiFi, dat is hetzelfde). Als je zo’n draadloos netwerkje buiten aanlegt en er internet toegankelijk mee maakt, dan heet het een hotspot. En de opvolger van WiFi is de waarschijnlijk in 2007 marktrijp. Dat is de WiFi 802.11n variant. Vijftig keer zo snel als de huidige WiFi verbinding. Maar belangrijker ontwikkeling is de WiMAX verbinding, die niet alleen snelheid biedt, maar vooral ook een bereik van 50 kilometer (tegen 100 meter voor WiFi). Daarmee kun je dus een heel dorp online toegang geven. Dan creëer je een Wireless Area Network (WAN), maar misschien moeten we nu ophouden.

Computerfabrikanten presenteerden begin januari in Las Vegas apparaten met verschillende technologieën in een. Bijna allemaal is dat, net als de laptop van Fujitsu Siemens, eentje met WiFi én UMTS. Fujitsu Siemens-manager Bas Pappaert: “Op de langere termijn zullen de technologieën die de telecommunicatiebedrijven en de netwerkbedrijven aanbieden naadloos bij elkaar aansluiten. Maar dat gaat echt nog wel een paar jaar duren.”

Aan elkaar knopen

De strijdende partijen krijgen eigenlijk het advies om het gevecht in te ruilen voor samenwerking. Op lokaal niveau zijn er al initiatieven die alle losse draadloze modems in de wereld met elkaar in verbinding stellen. TNO-business consultant Toon Norp ziet ook de trend van samenwerking: “Er zal niet één technologie uitrollen die het allemaal wint.” Norp wijst er op dat er al hard gewerkt wordt aan een manier om alle technieken aan elkaar te knopen. “Alle verschillende technieken zouden naadloos in elkaar moeten overgaan. De gebruiker mag er niets van merken.”

In EU-verband werkt TNO mee aan het Ambient Network (www.ambient-networks.org). Het doel is even mooi als ambitieus: de ontwikkeling van een snelle, stabiele draadloze internetverbinding voor iedereen, van Lutjebroek tot Boedapest. TNO’er Norp weet wel waar het heen moet: “Als ik thuis zit te bellen en ik stap intussen in de auto, dan wil ik een telefoon die binnen via mijn internetverbinding gratis belt en buiten moet die telefoon automatisch overschakelen op het snelste telefoonnetwerk. En dat geldt ook voor een laptop. Op kantoor moet die automatisch aanloggen op het bedrijfsnetwerk, in de auto op de gesynchroniseerde navigator en thuis op het draadloze thuisnetwerk.”

Reageren via Facebook

Over Susanne van Dijk

Susanne van Dijk is ondernemer en journalist. Meer van haar werk is te vinden op [url=http://www.extranieuwsproducties.nl]www.extranieuwsproducties.nl.