Ziek van gezonde varkens /1 reactie

130.000 vrachtwagens

Ruim twintig miljoen varkens in Nederland werken jaarlijks 6,5 miljoen ton restproducten weg uit de levensmiddelenindustrie. Gemiddeld zo’n driehonderd kilo per varken. Daarmee voorkomen ze dat restafval met een volume 1.360 zwembaden of 130.000 vrachtwagens op de stort terecht komt.
Enkele voorbeelden:
- bij de productie van ieder biertje komt 51 gram bierbostel vrij;
- bij iedere kilo suiker blijft 1670 gram bietenpulp over;
- elke 10 kg friet laat 1100 gram aardappelstoomschillen achter.

Toegenomen?

Er is echter geen aanwijzing dat het gebruik van antibiotica sindsdien daadwerkelijk is gedaald. In tonnen is de hoeveelheid zelfs toegenomen. In 2005 werd 508 ton antibiotica verkocht voor therapeutisch gebruik bij dieren door de farmaceutische industrie in Nederland FIDIN en zo’n veertig ton als groeibevorderaar in diervoeder verwerkt. In 2006, het eerste jaar na het verbod op de groeibevorderaars in voer, nam het therapeutisch gebruik met 35 ton toe ten opzichte van het jaar ervoor, in 2007 kwam daar nog eens 47 ton extra bij. Hoewel je die twee hoeveelheden niet helemaal kunt vergelijken, is de toename van het therapeutische gebruik duidelijk meer dan er voorheen door het voer ging als groeibevorderaar.

“Het gebruik van grote hoeveelheden antibiotica in de dierhouderij leidt tot meer resistentie bij steeds meer soorten bacteriën,” zegt Dik Mevius, antibioticadeskundige van het Centraal Veterinair Instituut. “In Nederland komt in vergelijking met andere landen in de dierhouderij meer resistentie voor en dat percentage stijgt ook,” meent hij. “We zien resistenties tegen bijvoorbeeld het antibioticum tylosine opkomen door het toegenomen therapeutisch gebruik bij dieren. Als we minder resistentie willen zullen we alle middelen meer verantwoord moeten gebruiken.”

Kwalijke zaak

Zieke dieren groeien niet goed. Dat is de belangrijkste reden dat de varkenssector zoveel antibiotica gebruikt. De inmiddels verboden antimicrobiële groeibevorderaars in veevoer, zoals de antibiotica tetracyclinen en macroliden, werkten groeibevorderend door hun ontstekingsremmend effect, ontdekte de Leuvense hoogleraar Theo Niewold. “Een ontsteking zorgt ervoor dat de dieren een verminderde eetlust hebben. Bovendien breekt een ontsteking spierweefsel af. Denk aan de spierpijn die je hebt bij een flinke griep.”

Antibiotica staan van nature juist bekend als bacteriedoders. Maar het bacteriedodend effect van de antibiotica in veevoer was maar beperkt, omdat deze antibiotica slechts in te kleine hoeveelheden door het voer werden gemengd om de bacteriën ook echt te doden. “In die hoeveelheid stoor je de bacteriën alleen maar een beetje, en stel je ze in staat resistentie te ontwikkelen tegen het gebruikte antibioticum”, legt Linda Puister van het onderzoeksinstituut LEI van Wageningen UR uit.

Met therapeutisch gebruik van antibiotica dood je de bacteriën in het ideale geval wel echt. In theorie is het dan ook geen probleem om antibiotica nog wel therapeutisch te gebruiken als dieren ziek zijn. De dierenarts ziet er dan immers op toe dat de juiste dosis wordt gebruikt. Mevius dacht dat lange tijd ook. “Maar het blijkt dat de antibiotica niet altijd netjes in de juiste dosis worden toegepast. Dan kan wel resistentie ontstaan.”