Zo vader zo zoon, samen op het verkeerde pad
/1 reactie
Hoog-risico
In het onderzoek vergelijkt de groep van Beaver de genetische bagage, socio-economische achtergrond en sociale omgeving van een kleine tweeduizend adolescente mannen en vrouwen. Het blijkt dat de relatie tussen het uitzoeken van criminele vrienden en de aanwezigheid van de genvariatie alleen significant is bij jongemannen die uit gezinnen komen waar ouderlijke liefde ontbreekt, de zogenaamde hoog-risico gezinnen. De aanwezigheid van de genvariatie heeft bij jongemannen uit laag-risico gezinnen geen invloed op gekozen vriendengroep. Het lijkt er dus op dat de genvariatie in het DAT1 gen net dat zetje geeft aan jongens die toch al op het randje zitten. Opvallend is dat vrouwen geen hinder ondervinden van de genvariatie, ook niet als ze uit een liefdeloos gezin komen.
Hoe de genvariatie precies inwerkt op gedrag, weet Beaver niet. Het zou volgens hem kunnen dat de variatie reageert op het constante gebrek aan liefde in hoog-risico gezinnen en dat bij mannen uit laag-risico gezinnen de variatie dus inactief blijft. Het kan ook zo zijn dat in een gezin waar kinderen liefdevol opgroeien de genvariatie weliswaar actief is, maar het zich niet manifesteert omdat er simpelweg meer controle op de kinderen is.
Of de genvariatie, en daarmee de neiging om de criminaliteit op te zoeken, in de ene cultuur meer aanwezig is dan in de andere is niet bekend, de etniciteit van de onderzochte adolescenten is niet meegenomen in de analyse.














Reageren via Facebook